Gamrupa

Dit wordt een dag van wachten, wachten en nog eens wachten. Paul heeft gisteravond de lijsten nog gevonden en naar Kalifa en mij gestuurd. In het keurige handschrift van Marcel staat van alles genoteerd, maar het correspondeert weer niet met de andere lijst. Kalifa is volledig opgebrand en meldde gisteravond dat vandaag de container hoe dan ook de haven uit moet omdat we ons anders scheel gaan betalen aan havengelden en de container omhoog geplaatst wordt. Dat wil zeggen dat hij boven op de gestapelde containers die niet opgehaald zijn of half leeg en dergelijke gezet wordt en dat je per dag gaat betalen voor die plaats. Je moet daarna aan alle, maar dan ook letterlijk ALLE voorschriften voldaan hebben voor ze hem weer naar beneden halen en de laissez passer uitschrijven.

Dat kan maanden duren en voor elke dag dat hij er staat betaal je. Daar hebben we dus helemaal geen zin in. Er zullen meer oliegelden aan te pas moeten komen, besluiten we na rijp beraad.
Kalifa belt dat hij de mail ontvangen heeft en onderweg gaat naar Banjul. “We redden het”, zeg ik tegen hem. “Jij kan het en het zal je ook deze keer zeker lukken.” Hij zucht hoorbaar en daaraan kan ik horen hoe uitgeput hij nu al is. “Laat me maar horen als je iets weet”, zeg ik. En daarmee begint het lange wachten. En wachten. En wachten. Om 12.00 uur bel ik, maar hij is kortaf en snauwt dat hij wel zal bellen als hij wat weet. Om 15.00 uur bel ik weer en dan heeft hij goed nieuws. Hij heeft iemand van hogerhand gevonden die een stempel heeft gezet en is nu onderweg naar het belastingkantoor. “BEL me dan”, zeg ik tegen hem, “dan weet ik ook wat, ik zit ook te wachten, hoor.” Onredelijk natuurlijk maar ik had het liever zelf allemaal gedaan dan hem zo vreselijk moe te horen. “Ik bel je als ik meer weet”, zegt hij en hangt op.

15.45 uur. Kalifa belt, ze hebben het BIJNA voor elkaar. Nu zijn ze op zoek naar een truck waar de container op kan. Er was nog een linkmichel van een douanefiguur die beslist de banden wilde zien, zo ongeveer het enige dat wel beschreven is. “Die zitten ergens op driekwart voorin”, vertel ik Kalifa, “dus begin er maar niet aan.” “Goed dat je het weet”, zegt hij een beetje sarcastisch, maar dat heb ik dan ook wel verdiend. Ze hebben die man afgekocht, het kon niet anders.

17.00 uur. “Hoera! De container rijdt nu het haventerrein af. We moeten het natuurlijk wel betalen. Wil je zorgen dat je 3.000 dalassi bij je hebt als je zo naar Sifoe komt? Ik heb nog net genoeg dalassi om de diesel voor de truck te betalen maar dan is het schoon op.” “Doe ik”, zeg ik en hang op. We zullen zuinig moeten zijn de komende twee weken, want ons huishoudgeld gaat op aan dit soort dingen. Een regeringsambtenaar komt ook mee en die moet € 100 hebben voor zijn ‘toezicht’. Daar krijgen we dan geloof ik ook nog geen bonnetje voor ook.
We moeten maar nemen zoals het komt en anders kunnen we nog altijd op vruchten van de boom gaan leven. Gerrit en ik gaan op pad. Onderweg voel ik dat de koppeling anders werkt dan anders en ik krijg de versnelling ook minder goed erin bij het schakelen. Niet leuk dus, want we zijn veel te veel onderweg en aangewezen op een auto om panne te krijgen.
We komen als eerste aan op de compound. De vrachtwagen is niet zo snel en dus moeten we wachten.
!9.00 uur. Nog geen vrachtwagen, wat houdt hem op? 19.55 uur. Kalifa komt aan en vertelt dat de vrachtauto zo zal komen. Het is natuurlijk ondertussen potdonker geworden en leuk om te lossen is anders. Steeds meer van de jongeren uit het dorp komen aan. Ze willen allemaal graag helpen.
20.25 uur. De vrachtwagen komt aan. Een auto zo scheluw dat je het gevoel hebt dat de cabine naast de oplegger staat in plaats van ervoor. Hoe dan ook, op zijn aanhanger zit wel onze container en die moet gelost worden. Nogmaals hebben we Kalifa gevraagd of hij de containers zo leeg mogelijk heeft en nogmaals heeft hij verklaard dat er geen kou aan de lucht zal zijn. We zullen zien ...

De deur gaat open, de mensen achter de truck worden bijna verpletterd onder de dozen en Gerrit smijt met een smak meteen de deur weer dicht. Heel voorzichtig opent hij hem daarna weer en nu worden de dozen keurig opgevangen. Natalibou klimt erin. Zijn schriele gestalte toont helemaal niet hoeveel kracht hij in zijn lijf heeft. Ik neem mijn petje af voor hem, want hij heeft de hele tijd dat het lossen duurde als aanjager gewerkt.
We hebben container 1, 2 en orange. Voor de niet-insiders: nummer 1 is de container naast de poort, nummer 2 is de witte container helemaal achteraan en orange is onze eigen container binnen de poort. In 1 komt alle kleding, in 2 de schoolspullen, speelgoed en meubels en in orange de spullen die nader bekeken moeten worden of een bestemming hebben maar niet op dit moment opgehaald worden.

De jongeren lopen zich de benen uit het lijf. Doos na doos, zak na zak en stuk voor stuk gaan ze in de daarvoor bestemde container. Soms zal het heus misgegaan zijn maar daar is dan niks aan te doen geweest. Gerrit schreeuwt ergens tussendoor dat een van de geadresseerde dozen weg is en dat die gezocht moet worden. Hij wordt, opengemaakt, gevonden achter de kasten die binnen de poort op het zand staan. Ook verdwijnen er andere dozen en Kalifa is helemaal ondersteboven als hij uitvindt dat er nog wel meer her en der buiten de lichtkring verdwenen is. Ik sus wat want er is genoeg, maar hij gaat op zoek. Of hij de daders vindt weet ik niet en misschien is dat maar goed ook.
Kalifa komt vertwijfeld kijken of het einde al in zicht is als we pas halverwege zijn met uitpakken. “Dat kan nooit een normale 40 foot container zijn”, zegt hij, “er komt veel te veel uit.” “Begin maar met oppakken in de containers”, zeg ik, “want je krijgt nog ruimtegebrek als je het niet echt opstapelt.” Hij gelooft me niet, dus zal hij het op de harde manier moeten leren.
Natuurlijk is er soms verwarring, dus stappen we over op kiling, fula, orange. Wat een, twee, oranje betekent. Ha, er is een doos met erop ... ELLEN PRIVAT!!! To her room. DO NOT OPEN. De doos verdwijnt op een zeker moment, terwijl iedereen er zo ongeveer zijn oog op laat vallen. Kalifa is een beroerte nabij als hij verdwenen is. De doos van Ellen, waar is DE doos van Ellen!!! Hij wordt gevonden, met nog maar een stukje open en alles er nog in. Het is een van de dozen met zure matten. En ik wil graag foto’s nemen als mensen daarvan gaan snoepen. Geen man overboord hoor, want er zijn nog zes of zeven van die dozen, als het er niet meer zijn.
Er raakt op de een of andere manier ook een van de geadresseerde dozen kwijt, dus wordt er opnieuw een zoektocht op touw gezet. De doos wordt teruggevonden achter de kasten. Ook geprobeerd open te maken, maar wij denken dat degene die daarmee bezig was danig is geschrokken toen direct bleek dat hij weg was en dat hij, of misschien ook wel zij, daarom niet verder is gegaan.

Het uitladen vordert gestaag. Zware en minder zware zaken komen eruit. De banden voor de brandweerauto’s, de lichte zakjes vol spulletjes die we via Mirjam van de Etos hebben gekregen. De mooie stoelen voor Kebba van Dikkie en de melkpoederzakken voor Yaja van Mirjam en Cor. Alles, het een na het ander, komt eruit en Kalifa komt maar weer eens kijken hoe ver we zijn met uitladen. Is het NOG niet leeg, vraagt hij op een gegeven moment bijna radeloos. Container 1 is bijna vol, ze zijn nu bezig alle stukken rubber uit Luik, die als dakbedekking dienst kunnen doen, erin te laden. Container 2 is zo vol dat ze nu bezig zijn om dingen verder op te stapelen, maar omdat ze daar zo laat mee begonnen zijn wordt dat natuurlijk een puinhoop. Daar zitten de schoolmaterialen in, de tafels en stoelen en spelmaterialen. Daarnaast ook het speelgoed wat we van Yankuba hebben gekregen. Orange gaat nog, maar daar houdt Gerrit zijn oog op, dus zal dat wel beter opgestapeld zijn. De hele stapel opblaaskussentjes uit Luik komt nog, dus moet er ook nog veel plaats zijn.

Nee Kalifa, we zijn er nog niet, er zitten nog minstens twee slagen in. Kalifa zucht. Dat kan toch niet allemaal uit één container komen? Gerrit en ik lachen natuurlijk, want wij wisten het al wel. Als er door de familie Meulenveld samen met Henry gepakt wordt en het wordt aangedragen door zoveel hardlopende mensen, dan wordt er gepakt. Luchtvervoer kost een vermogen, dus dat gaan we niet doen. Ook de dozen, tassen, zakken en bundels die door Henny, Jacquelien, Giovanni, Gerda, Paul, Marije en anderen ingepakt zijn, zitten stamp- en stampvol of zijn compact, zodat alle lucht eruit gedrukt is. Dat alles is dan weer vanuit België, Nederland en Duitsland bij elkaar gedragen en vervoerd door o.a. Patrick, Leo, Marcel, Hanne, Christiane en anderen die me even ontglipt zijn. Met andere woorden: er is door velen bijgedragen aan de grote chaos die hier langzaam maar zeker ontstaat.
Eén, twee, orange … Orange, orange, two, one. Kiling, saba, orange. Het gaat gestaag door. Natuurlijk zullen er ook dingen in de verkeerde container terechtkomen. En natuurlijk zullen er ook enkele pakjes gestolen worden. Het is druk en zoals Henny dat ook bij de vorige container heeft gezien, zie ik ook nu een rolletje, gemaakt van een matrasonderdeken, op een fiets verdwijnen. Maar het kan natuurlijk zijn dat die meegegeven is door Kalifa of Gerrit nadat iemand hard gewerkt had maar naar huis moest.
Iedereen die vanavond meehelpt met lossen krijgt zo’n onderdeken van het Van der Valk hotel in Duiven mee. Ze zijn er de koning te rijk mee. Een echte matras over hun stromatras verhoogt het ligcomfort met 200%. Dus heel hartelijk dank, Van der Valk hotel. Wij houden ons ook in de toekomst van harte aanbevolen.

De diepvries die we kregen uit het voormalige dorpshuis in Beltrum komt eruit. Gerrit houdt zijn hart vast, want van aan- of vastpakken hebben ze geen kaas gegeten. Nu ja, dat kan natuurlijk ook moeilijk want kaas is hier een delicatesse die velen van hen nooit zullen proeven. Maar lastig is het wel en veel valt op de grond voor het naar de container 1, 2 of orange kan worden gebracht. De laatste slag. De slag met de zware kasten en boekenkasten uit Winterswijk die wij van de Bibliotheek Oost-Achterhoek kregen. Zij zullen ook hun nieuwe plekje vinden. De spaanplaten witte kasten gaan we niet meer mee doen, die vallen van ellende zowat uit elkaar. De achterwanden vallen eruit en als de planken beginnen te schuiven schuift de zijkant mee. Niet echt handig gedaan dus.

We naderen het eind. Kalifa, met rode, bloeddoorlopen ogen van moeheid, komt nog maar eens poolshoogte nemen. Kijk, wijs ik hem, het staal van de voorkant is te zien. Hij zucht. Er staat nog zoveel in dat een plek ergens moet gaan krijgen. “Duw de kapotte Renault maar aan de kant, dan kan alles onder de carport staan.” “Goed idee, dat geeft weer 12 vierkante meter ruimte. We gaan het de volgende keer toch anders doen, Ellen”, rapporteert Gerrit, “we moeten duidelijker laten zien wat erin zit.” Ja, kan ik het helpen dat het lossen altijd in het donker schijnt te moeten gebeuren? Misschien een volgende keer met kleuren werken. Hoewel ik er geen idee van heb of we met kleurenblinden hier te doen hebben. Ik zal, als ik een keer tijd heb, er over na gaan denken. Maar sluitend krijg je het nooit.
 
Eindelijk, de container is leeg. De laatste stukken worden verschoven. De laatste kast komt eruit. De chauffeur en zijn mannen zijn blij eindelijk weg te kunnen. Nog even betalen natuurlijk, dal 3.000,--, ongeveer € 75,--, moet je in Nederland eens voor komen. Daar nemen ze nog niet de telefoon op voor € 75,--. De vrachtauto vertrekt nadat met een ijzeren staaf de kruiskoppeling losgeslagen is. Kan voorkomen natuurlijk, remmen had dat ding allang niet meer. De chauffeur springt uit de cabine om te schreeuwen hoe het moet, holt achterlangs terwijl de vrachtauto langzaam doorhobbelt. Gilt en tiert en ziet dan dat het vehikel langzaam op de steile zijkant van het talud afrolt. Neemt een sprint en gaat aan het stuur hangen om in de cabine te komen. Gelukt! Petje af. Er zijn geen ongelukken gebeurd, maar dat is dan ook alles wat je er goed aan kan vinden.

We kijken om ons heen. Nemen weer een slok water uit de fles en beginnen dan de gevulde containers te inspecteren. Niets, maar dan ook letterlijk niets is fatsoenlijk gestapeld. Maik en Henry zouden er wakker van liggen als ze dit zouden zien. Gerrit loopt te mopperen dat het hem dagen zal kosten om alles uit te zoeken, maar ik ben alleen maar blij dat alles afgeladen is. De rest zien we morgen wel weer. Het is 23.45 uur en het is mooi geweest. Alle helpers krijgen een onderdeken van het hotel. OOK de kinderen, zij hebben zich de benen uit de kont gelopen om te helpen en gaan niet overgeslagen worden. Natalibou, die de rolletjes uitdeelt, kijkt naar Kalifa. Die haalt zijn schouders op. Ze doen maar, lijkt hij te willen zeggen, ze zijn toch niet wijzer. Maar later verteld hij me dat hij trots op me is dat ik aan de kinderen dacht. Niemand zou er ook maar eentje aan een kind hebben uitgedeeld. Niemand zou voor de kinderen gezorgd hebben. Ellen wel, en dat weten die kleintje uitstekend te gebruiken. Ik weet dat natuurlijk wel en ik weet ook best dat zij normaal nooit meegedeeld zouden hebben, maar nu had ik het eventjes voor het zeggen en nu hebben die kleintjes lekker een deken over de vloer waar zij anders meestal op een matje liggen om te slapen. Prachtig toch? Ik heb er tenminste helemaal geen spijt van en ga dat niet krijgen ook.
Er moeten nog wat spullen opgeruimd worden maar ik moet ook nog een uurtje sturen voor we terug zijn bij de kamer in Bijilo, dus gaan Gerrit en ik weg. Het is nu lekker rustig op de weg. De auto doet vreemd. Ik had al gemerkt op de heenweg dat hij moeilijk schakelde, maar nu wordt het met de keer dat ik schakel minder. Morgen toch eens naar laten kijken, nu gewoon zorgen dat we in Bijilo komen. Het is 1.15 uur als we aankomen. We drinken in de kamer nog wat en douchen ons snel. Het is al 2.00 uur voor we in bed liggen. Strakjes verder, nu eerst slapen.

graag meer foto's

We develop nobody!
People develop themselves!
But we support development!