Gamrupa

Het is opvallend hoe vaak in gesprekken ‘gewoon’ gezegd wordt. Een kreet die echter heel veel misverstanden oproept.
Toen we met een groepje herinneringen ophaalden over onze belevenissen in Gambia bleek opnieuw hoe ongewoon dat ‘gewoon ’eigenlijk is en hoe ‘gewoon’ allerlei dingen geworden zijn.

De eerste keer dat we midden in de nacht aankwamen op Banjul stonden vrienden van onze dochter ons op te wachten met een auto. Donkere gezichten met rijen helderwitte tanden. Happy New Year lachten ze ons toe. Wij hadden er geen moment aan gedacht dat het nieuwjaar was. Pas veel later leerden we al die gezichten onderscheiden. Ze waren gewoon ‘zwarten’ zoals wij ‘blanken’ waren. Toch viel bij sommigen de vorm van het hoofd op, de plaatsing van de kaak, het meer krullen van het haar. Al snel leerden we dat de bevolking bestaat uit tribes (stammen) die vaak al een lange geschiedenis hebben en een eigen taal – voortgekomen uit andere streken.
Geen wonder dat het voor ons moeilijk is door te dringen in wat in al die talen ‘gewoon’ is.

Verschillen
Stichting Gamrupa houdt zich bezig met ontwikkelingssamenwerking. Daarover kun je een uitgebreid verhaal houden met theorieën op ieder gebied. Onze insteek is: samen te werken met (groepen uit) de bevolking, van elkaar te leren en samen projecten op te zetten.
Juist met het uitzoeken van doelen en mogelijkheden dringen we door in elkaars denkwereld en komen we daarbij elk ons ‘gewoon’ tegen.
Neem het bouwen van een schooltje, de grote wens van menig dorp. Maar als je probeert erachter te komen wat men zich daarbij voorstelt, blijken er grote verschillen.

Probeer eens een lijst daarvan te maken op Gambiaanse en Europese manier. Stel van te voren vast dat elke manier goed is, maar dat het wel reële wensen moeten zijn. Je hebt niets aan alleen een lokaal als er geen meubels in welke vorm dan ook zijn of als lesmateriaal ontbreekt of, erger nog, als er geen leerlingen komen of er geen leraren zijn.
In onze ogen gewone of vanzelfsprekende eisen. Hoe denkt de Gambiaan daarover?

Eten
Word je uitgenodigd voor de (dagelijkse) maaltijd, dan is het gewoon dat de mannen en de gasten rond een grote bak eten zitten, soms op een lage tafel, soms op de vloer. Die schaal van het formaat ronde afwasbak is gevuld met bijvoorbeeld chicken yassa of te wel kip met hachee. De maaltijd is ‘versierd’ met wat kleine stukjes kip, vis, groenekoolblad of wat de tuin verder opleverde.
Het is de bedoeling dat de gastheer de gast een pakketje toebedeelt en dat daarna ieder kleine beetjes naar behoeven van de schaal pakt.

Eten doe je met je schoon gewassen rechterhand. Soms krijg je er een lepel bij, maar wie eenmaal de handigheid van rijstballetjes rollen in de hand te pakken heeft, vergeet de lepel al gauw.
Vrouwen, kinderen en jongeren eten uit een aparte schaal. Als er voldoende is, krijgen ook zij hapjes van groente, vis en kip, maar het hoofdvoedsel is rijst, cassave en uien- of pindasaus.

Heel anders is een feestmaaltijd, zoals namegiving (doopfeest, één week na de geboorte). Er wordt geslacht, waarbij een ram favoriet is. Dat is een mannenaangelegenheid, waarbij vaste regels nageleefd worden. Ieder huishouden in de tribe krijgt een deel toebedeeld. De vrouwen gaan aan het koken en braden en bereiden de heerlijkste gerechten,

Ook in armere gezinnen wordt iets geslacht. Dat wordt natuurlijk geen ram of schaap of koe. Een geit, zelfs een kip wordt geofferd en gedeeld. Het blijft een feestelijke gebeurtenis die teruggrijpt op de oud-Joodse overlevering waarbij Abraham zijn zoon moest offeren maar God daar een lam voor in de plaats legde.

Wij ontwikkelen niemand!
Dat doen de mensen zelf!
Wij ondersteunen wel ontwikkeling!