Gamrupa

Er is zoveel over geschreven, gefilmd of gefotografeerd, dat vrijwel iedereen in Nederland en België wel een mening heeft over hoe het onderwijs in Gambia ervoor staat.
Als je de verhalen moet geloven, dan moet je daar wel dom zijn, nooit naar school willen gaan, erger nog: nooit iets bijleren. Vanaf 2002 hebben we scholen bezocht en toegegeven, we zagen veel dingen die in vergelijking tot onze eigen scholen schamel leken. Vooral in die begintijd waren de gebouwen vaak slecht, waren daken lek, aten termieten de balken vaak sneller op dan ze gelegd waren.
Maar de wil om te leren en vooral je kinderen naar school te sturen was groot.

Stoelend op het Engelse onderwijssysteem kwamen de kinderen in hun uniformen, met ‘schoenen’ of tenminste slippers en een drinkbeker met elkaar naar school. Vaak moesten ze ver lopen en soms kregen ze ’s middags een warme maaltijd. Dat was de stimulans om ze te laten leren. Grote organisaties droegen daaraan bij. Jammer dat daar later de klad in kwam, toen ouders ook op andere wijze onvoldoende geld hadden om meerdere kinderen naar school te laten gaan.


Basisonderwijs

Wat leerde je op zo’n openbare school?
Taal, waarbij Engels als hoofdtaal gold en nog steeds geldt. Rekenen. Veel aandacht wordt besteed aan milieuzaken zoals afval, schoon houden van eigen omgeving.
Toepassing van bijv. rekenen vinden we in de schooltuinen, waar geleerd wordt om de grond te bewerken, verantwoord met water om te gaan, soortenkennis van planten, fruit, groenten.
Aangezien er altijd gebrek is aan papier en schrijfgerei brengen de bezoekers vaak een schrijfblok, pennen en potloden mee. Nog steeds moeten de leerlingen papier per vel kopen. Vindt u dat gek? Ach, daar is het gewoon.

Voortgezet onderwijs

Door de overheid is er in de loop der jaren het nodige gedaan. Meisjes kregen vrijstelling van schoolgeld en konden ook naar school. Maar uit het buitenland kwamen mensen met ervaring, die ideeën ontwikkelden om het onderwijs wat te moderniseren met behoud van het eigene maar meer toegesneden op Europese of andere oorsprong en kritisch op nieuwe methoden.
De eerste reactie is meestal juichend, maar de tweede is: wie zal dat betalen? Er komen materialen, vrijwilligers helpen met ontwikkelen van nieuwe visies. Sponsors steken hun geld in goede, degelijke gebouwen. Maar de opleiding van onderwijzers en vakleerkrachten blijft nog achter. In Gambia blijft de uitstroom na de lagere school een levensgroot probleem.
Zij verlaten de school, proberen klusjes te vinden, trekken met vrienden op, maar glijden langzaam af, terwijl er in het eigen dorp geen scholingsmogelijkheid is.
Er gaan stemmen op om op regionale punten, skill centers, zoals vroeger in Nederland huishoudscholen, ambachtsscholen enz. leerlingen op te leiden om een vak te leren, naast de basisvakken. Je zou goede vaklui opleiden, die in eigen leefomgeving ingezet kunnen worden. Want eenmaal vertrokken naar elders, dan is terugkomst heel moeilijk.

Hebt u ideeën in deze richting, hebt u ervaring of ziet u hierin financiële mogelijkheden, neem dan contact op met stichting Gamrupa.

Islamitische school

Hoewel Gambia een grote islamitische bevolking kent, kwamen we in de eerste jaren bijna nooit op een islamitische school terecht. Als we ernaar vroegen, kwam er een ontwijkend antwoord. Dat bevreemdde ons. En nieuwsgierig geworden kwamen we na steeds maar vragen terecht in een armzalig gebouwtje. Voor de deur, die niet echt afgesloten was, hingen wat kinderen rond. Die spraken geen Engels of waren misschien te schuw. Een buurtbewoner zei dat de meester naar zijn land was maar meteen zou komen. En dat gebeurde ook. Hij noodde ons binnen, ook al waren we “toubabs” (blanken) en bovendien deels vrouwen. Een Gambiaanse zwarte vriend vertelde hem dat we in verschillende scholen geweest waren maar nog nooit een cadeautje brachten in een islamitische. De inmiddels toegelopen buren en kinderen keken ons met grote ogen aan. De meester wist ook niet goed wat hij ermee aan moest.
Gelukkig hadden we een paar pakken papier, potloden en o wonder! een paar stukken gom bij ons.
De meester bleek een vrijwilliger die zelf op de islamitische school geweest was en op straat Engels had opgepikt; dat hij alleen lesgaf als hij geen werk had en dat hij geen middelen had om echt lessen te geven; dat er nog nooit buitenlanders op zijn school geweest waren en hoe gelukkig hij was dat er toch kennelijk mensen zijn die om zijn groepje geven. We bemoedigden hem en voelden ons heel nederig.

Scholenontwikkeling

Naar school gaan is in Europa heel gewoon, ja, zelfs verplicht. In ontwikkelingslanden ligt dat vaak anders. Niet dat ze daar geen onderwijs willen, maar de mogelijkheden zijn klein. Door de jaren heen hebben kerken en idealisten of praktische mensen van alles op poten gezet om een of andere vorm van onderwijs te brengen. Dat kon aanschouwelijk zijn, uitgaande van wat aanwezig was of op scholing gestoeld zoals in hun thuisland. Wat in hun ogen natuurlijk beter was.
Niettemin kwam er zo kennis binnen, gekoppeld aan de vreemde, nieuwe taal. In andere gevallen bestond onderwijs uit een wisselwerking tussen leraren en leerlingen en hun omgeving – men leerde van elkaar. Want het idee dat andere bevolkingen dom zijn en lui bewijst alleen hoe dom de nieuwkomers waren.
Veel van de nieuwere scholen hanteren nieuwe, internationale methodes. Afgezien van de nieuwste snufjes van lesmateriaal, dat soms gesponsord is, wordt degelijk meubilair gebruikt, niet alleen een balk op een paar stenen maar banken en zelfs tafels/lessenaars om op te schrijven. Er komt blanco papier waarop met potlood geschreven wordt. Omdat dat zelf gekocht moet worden zien we nog steeds dat de beschreven vellen uitgegumd worden om voor kind nr. 2 gebruikt te worden. We zijn steeds verbaasd over de vernuftige oplossingen voor praktische problemen., hoe die oplossingen soms generaties lang ontwikkeld zijn. We stimuleren de mensen dan ook steeds die kennis in ere te houden, gereedschappen te bewaren, zelfs in een later stadium kunnen die gebruikt worden of verbeterd.

Als voorbeeld
Wie een islamitische school achter de rug heeft, wil vaak toch bruikbare dingen leren zoals Engels lezen en schrijven, rekenen, wetenschappen.
Een islamitische school heeft een andere opzet dan de openbare. Op de openbare school leren ze Engels, ons schrift enz. Dat kost tijd en geld, maar toch … Op de islamitische school is het eerste doel de koran te bestuderen d.w.z. de inhoud woordelijk op te zeggen – in het Arabisch – in soera’s, een soort van ritmische volzinnen, gebeden. Daarbij horen vaststaande bewegingen zoals knielen, buigen. Daar zijn versies voor bijv. jongens en meisjes van.
Van belang zijn rituelen zoals wassen van je gezicht, je tanden, handen, voeten. Iedereen trekt zijn schoenen uit, waardoor je bijv. een leger van sandalen bij de ingang van een moskee aantreft. Vanaf de moskee wordt op vaste tijden opgeroepen voor het gebed. Niet zo vreemd als wij soms denken, want ook bij ons werd de klok geluid voor ochtend-, middag- en avondgebed en riep de bel op tot vaste gebruiken.
We stonden eens te wachten bij de pont bij Banjul om de Gambiarivier over te steken. Het is een chaotisch gebeuren en een hevig gedrang om toch de pont maar te halen. Ieder op zijn beurt, maar altijd heeft de president of het leger voorrang. Er zijn meerdere schepen, maar er is er altijd een kapot of uit de vaart.

Wij ontwikkelen niemand!
Dat doen de mensen zelf!
Wij ondersteunen wel ontwikkeling!