Christian Jorgensen – Een Europese Gambiaan

“Mijn naam is Christian Jorgensen. Ik ben een Deen maar ik heb meer dan de helft van mijn leven buiten Denemarken gewoond en gewerkt. Lang werkte ik in Nederland en België in dienst van de NAVO. Na mijn pensioen woonde ik in België. Ik had daar een mooi huis en een fijne vrienden- en kennissenkring.
Ik startte een studie informatica op de Open Universiteit in Nederland. Om de theorie in de praktijk te brengen werkte ik als vrijwilliger bij diverse organisaties. Zo kwam ik bij Gamrupa in België terecht. Gamrupa Europe (de Nederlandse en Belgische organisaties) steunen Gamrupa The Gambia met medische zorg, onderwijs en voorzieningen in de basisbehoeften in Siffoe. Ook werken zij samen met Young People Without Borders.
Aanvankelijk werkte ik alleen via hun website maar ik raakte snel geïnteresseerd in hun werk. In juni 2014 ging ik voor twee weken mee op werkbezoek naar Gambia.
Ik bleef daar hangen! Ik vond het een mooi land met een aangenaam klimaat en vriendelijke mensen.

Er was ook veel te doen als je graag helpt de levensomstandigheden van mensen te verbeteren. Ik bezocht Gambia elke twee maanden. Sinds twee jaar woon ik ervoor vast en ik ben daar getrouwd.”

VOORUIT MET DE GEIT!!’
“In juni 2014 wilde ik in samenwerking met Gamrupa zelf een project starten. Na overleg besloot ik naar Choya te gaan, een dorp met ca. 500 inwoners. De bewoners daar hadden hulp gevraagd voor watervoorziening maar het dorp lag buiten de activiteitenzone van Gamrupa. Mijn budget was toereikend om grondwater op te boren en installaties te bouwen die waterleveren aan de taps in het dorp. Toen ik terug was in Europa togen de medewerkers van Gamrupa The Gambia naar Choya. Zij zagen het belang in van een boring. De bewoners zegden toe dat zij wilden meewerken aan de bouw van de installaties en dat zij deze zouden onderhouden op eigen kosten.
‘Nou… Vooruit met de geit’. Ik vergaderde met de bewoners van het dorp. Ik wilde hun eisen begrijpen; zij moesten hun plichten begrijpen zoals bijv. vrijwilligerswerk doen en onderhoud plegen. De installateur kwam langs om een offerte te maken en binnen een week hadden we een Memorandum of Understanding met de bewoners en een contract met de installateur. Toen ging het snel. De jeugd maakte sleuven voor de waterleidingen en stortte beton voor waterputten en fundamenten. De installateur boorde een gat van 85 meter diep en bouwde de installatie. De vrouwen maakten de lunch voor de harde werkers. Eind januari 2015
werd de installatie door de gouverneur officieel overgedragen aan de dorpsgemeenschap. De ingebruikname werd begeleid door muziek en dans.

Ik vond het een succesverhaal! Alles op tijd binnen het budget en volgens afspraken. Ik dacht: ‘Zo gaat het dus met projecten in Gambia.’
Bij de volgende projecten echter stuitte ik helaas op problemen en tegenslag. Toch hebben we vooruitgang geboekt! Inmiddels hebben we in zeven dorpen waterleidingen kunnen realiseren.
Er is een keuken in de school van Choya gebouwd zodat er maaltijden verstrekt konden worden. Er zijn schoolmeubelen geïmporteerd en er is een molen geïnstalleerd om gierst te bewerken.”

TEGENSLAG EN VOORUITGANG
“Onze activiteiten hebben duidelijk een vooruitgang bewerkstelligd. De vrouwen van het dorp geven aan dat met name de gezondheid van jonge kinderen vooruit is gegaan. De vrouwen hebben minder fysieke problemen. Zij hoeven minder zware lasten op hun hoofd te dragen). Er is minder absentie van school (de schoolmaaltijden vormen een extra motivatie om naar school te gaan). Vrouwen zijn minder tijd kwijt aan water halen en gierst stampen waardoor ze wat meer rust hebben. Op eigen initiatief hebben ze een ziekenhuis gevraagd consulten te houden voor moeder en kind. Hiervoor hebben zij zelf een gebouwtje neergezet. Een aantal vrouwen heeft een cursus gevolgd in hygiëne en zorg voor kinderen en bevallende moeders. Ik hoop dat de vrouwen meer aan zelfontwikkeling gaan doen. Wij gaan een onderwijsprogramma starten voor Engels en wiskunde voor volwassenen.

Niet alles is altijd naar wens verlopen. Op verzoek van de dorpsgemeenschap heb ik een lening verstrekt om een tractor te kopen zodat er geld verdiend kon worden voor verdere ontwikkeling. De tractor diende voor o.a. de levering van zand en grind en het omploegen van akkerland. Dit plan eindigde met verliezen. De bewoners zijn hooggekwalificeerde landbouwers en veetelers maar geen zakenmensen. Bovendien is het lastig als het bedrijf door een commissie wordt beheerd. Toch is een kleine zaak wel goed afgerond. Met een micro-lening heeft een
jongeman een kleine bakkerij kunnen openen. De lening werd volgens afspraak afbetaald.
Ik zou graag meer van zulke eenmansbedrijfjes willen steunen.  

Tot op heden heb ik op één na alle projecten uit eigen middelen
kunnen bekostigen. Al mijn projecten worden afgesloten; de verantwoordelijkheid en het onderhoud wordt overgedragen aan de dorpsgemeenschap.
Ik monitor of de afspraken worden nagekomen. We spreken met elkaar als er bijgestuurd moet worden. Tot nu toe is dat redelijk goed gegaan.

Nadat ik in Choya en omgeving gewerkt heb en ik mijn kennis daarvan gedeeld heb zijn er andere sponsors aan het werk gegaan. De MRC-Holland Stichting wil nu uitbreiding, nieuwbouw en verbetering van scholen in Choya en zes andere dorpen. In 2013 heeft de Gambiaanse regering twee klaslokalen voor 60 kinderen gebouwd. Nu zijn er zes klassen voor 180
kinderen gerealiseerd door MRC-Holland.
De Rotary Club in Gambia heeft gezorgd voor toiletvoorzieningen bij een bushalte. Mensen vanuit 40 dorpen maken hier gebruik van.
De firma die de waterinstallaties heeft gebouwd opent een afdeling in Choya om van daaruit hun werkzaamheden in het binnenland te coöordineren.Dat geeft werkgelegenheid voor het dorp.”

HOE GAAN WE VERDER?

“Ik beschouw het als een voorrecht dat ik in de gelegenheid ben mensen te kunnen steunen. Tegelijkertijd vind ik dat wij moeten nadenken over in hoeverre wij goed bezig zijn. In het Westen hebben wij de afgelopen 150 jaar een forse economische groei doorgemaakt. Dat is wel gepaard gegaan met een ontwikkeling in denkwijze, houding, politiek en economische cultuur.
Het is moeilijk te definiëren en het is verre van perfect. Maar politicus en/of ambtenaar word je in het belang van het land. Het ambt dienen stel je boven je eigen belang. Je neemt verantwoording en initiatief vanuit je eigen situatie.
Velen zullen het misschien met mij oneens zijn, maar zonder deze ontwikkeling in denkwijze zou onze materiële ontwikkeling niet mogelijk zijn geweest. Ik ben bang dat de vooruitgang naar materiële welstand (dat noem ik de ‘harde ontwikkeling’) niet duurzaam is zonder ontwikkeling in denkwijze en cultuur (‘zachte ontwikkeling’). Wat kunnen wij doen om de “zachte ontwikkeling’ te bevorderen?
Ik hoor graag jullie reacties en ontvang graag vragen over het werk in Choya en/of over ontwikkelingswerk in Gambia in het algemeen.”

Contactgegevens:
e-mail: christian.jorgensen@skynet.be
tel.nr.: 2290867